5 vragen aan een senior Software Solutions Engineer

Tonny Wildeman (36) is Senior Software Solutions Engineer bij Brunel. Programmeren is waar hij voor in de wieg is gelegd, of zoals hij zelf zegt: “Ik begon op mijn 6e al met ‘programmeren’. Eigenlijk heb ik dus al meer dan 30 jaar ervaring.” Inmiddels heeft hij een technical en team lead rol, waarin zijn kennis én zijn talent om die over te brengen goed van pas komen. We stelden Tonny vijf vragen over zijn werk.

1. Hoe begin jij altijd aan een nieuw project of probleem? 

“Allereerst neem ik de tijd om het probleem goed uit te denken. Waar liggen afhankelijkheden? Wat raak ik als ik iets ga aanpassen? Verder ga ik het al snel uittekenen, visueel maken. Vaak is het zo bij een nieuw project dat je niet meteen weet waar je moet beginnen. Als je een tekening maakt, kijkt hoe alle lijnen liggen, dan krijg je het vanzelf door. Ineens zie je de structuur en hoe je het beste te werk kunt gaan.”

2. Wat zijn volgens jou de belangrijkste eigenschappen voor een goede IT’er?

“Een goede IT’er houdt altijd zijn skillset up-to-date. Een IT’er is geen IT’er als hij niet binnen een week de basics van een nieuwe skill geleerd heeft. Daarnaast is analytisch denken natuurlijk belangrijk. Maar misschien nog wel het belangrijkste is weten wat wel en niet handig is. Met name dat laatste: wanneer je iets niét moet doen. Denk aan een hamer en spijker: als je een hamer hebt, kan alles een spijker zijn. Toch gebruik je die hamer niet om een schroef erin te rammen. Dat kán wel, maar is niet handig. Als IT’er moet je weten wanneer je een bepaald pattern niét toepast binnen de software. En waar je zaken niét oplost binnen je lagen.”

3. Waar ben je trots op in je tijd bij Brunel?

“Bij één van mijn projecten heb ik een audiopad geschreven voor een bekend algemeen telefoonnummer. Mijn opdracht? Ervoor zorgen dat het geluid niet wegvalt of schokkerig is. Het geluid tijdens een telefoongesprek wordt opgehakt in kleine ‘pakketjes’ van 20 milliseconde. Als pakketjes niet of te laat aankomen, kun je de ontvanger niet goed verstaan. Door stiltes niet af te spelen kun je vertraging inhalen. En door te bufferen, ofwel standaard een hele kleine vertraging op de lijn te creëren, garandeer je dat alle pakketjes vloeiend achter elkaar kunnen worden afgespeeld. De code hiervoor heb ik zelf ontworpen en geïmplementeerd.”

4. Als je je jongere ‘ik’ een advies kon geven, wat zou dat dan zijn? 

“Ik zou zeggen: waarom doe je zo moeilijk?! Ik ging altijd voor de beste, de mooiste oplossing. Precies zoals je leert op het hbo of de universiteit: alles strak en formeel gespecificeerd. Dat heb ik vijf jaar volgehouden. Toen realiseerde ik: dit gaat te traag. Nu waardeer ik het KISS-principe: keep it simple, stupid. Ik pak vraagstukken pragmatisch op. Het hoeft niet perfect te zijn vanaf het begin, daar is later wel tijd voor. Zoals IT’er Donald Knuth ooit zei: ‘Premature optimization is the root of all evil.’”

5. Hoe zie jij de toekomst voor je?

“Wat betreft werk zou ik graag een groot IT-project bij de overheid doen. De Belastingdienst, bijvoorbeeld. En ik heb nog genoeg andere plannen en ideeën. Zo ga ik binnenkort crash courses geven aan niet-developers om concepten als CI/CD en Lift & Shift binnen een halfuur duidelijk te maken. Maar eigenlijk wil ik zo snel mogelijk met pensioen. Voetjes in het zand, cocktailtje  erbij… Ooit werkte ik van 9 uur ’s ochtends tot 4 uur ’s nachts. Op een gegeven moment trok ik het niet meer. Toen werd mijn moeder ook nog heel erg ziek. Dan sta je naast dat bed en denk je: waar ben ik in godsnaam mee bezig? Nu geniet ik veel meer van het leven.”

Like it? Share it!