Omgaan met collega's - de DISC-methode

woensdag 22 augustus 2018

Je hebt het vast wel eens meegemaakt dat jij en een collega moeite hebben om met elkaar samen te werken. Misschien erger je je zelfs aan iemands persoonlijkheid of gedrag. Het kan ook zijn dat je iemand juist heel graag mag, maar samen werkelijk niks gedaan krijgt. Dit zorgt voor een vervelend obstakel in het werk. Daarom: 4 tips om met iedereen samen te kunnen werken.

Probeer elkaar te begrijpen

Collega’s zijn mensen waar je niet omheen kunt. Sterker nog, er wordt van je verwacht dat je samen targets en successen behaalt. In een gezonde werkrelatie is dat geen probleem en haal je daar juist voldoening uit. Maar als je te veel van elkaar verschilt, dan kan dit lastig worden. Begrip is de basis van samenwerken met een collega met wie je botst. Begrip voor zowel iemands persoonlijkheid als werkstijl. Daarom: onderzoek waar de frictie vandaan komt. Dikke kans dat je makkelijker met je collega kunt omgaan als je begrijpt waarom iemand iets doet!

Verschil in werkstijl en gedrag

Het cliché dat iedereen anders is en dat dat de wereld juist mooier maakt: dat klopt natuurlijk helemaal. Maar die verschillen kunnen het ook knap lastig maken om samen te werken. De collega waar je tijdens de lunch de grootste lol mee hebt, kan in een meeting of op een project gedrag vertonen dat jij lastig vindt. Of, iemands karakter verschilt zó sterk van dat van jou, dat je diegene gewoon geen prettig persoon vindt. Probeer erachter te komen waar het verschil in werkstijlen en gedrag vandaan komt. Om iemand te leren begrijpen doe je er goed aan om de verschillende typen in je team te achterhalen. Bijvoorbeeld met het DISC-model.

Vier gedragstypen

Volgens DISC zijn mensen grofweg in vier gedragstypen te verdelen: daadkrachtige doener, inspirerende beïnvloeder, stabiele steungever en calculerende perfectionist. Bijna iedereen heeft wel iets van elke stijl in zich, maar meestal voert een voorkeursstijl de boventoon. Die wordt ondersteund door kenmerken van één of meer van de overige typen. Lees hier wat de kenmerken zijn van deze verschillende gedragstypen.

Als je van elkaar verschilt, wat dan?

Naast dat het nogal nuttig is om te weten wat voor gedragstype je zelf bent, helpt DISC je om je teamgenoten beter te leren kennen. Vaak legt de uitslag al snel de pijnpunten bloot. Als jij bijvoorbeeld een stabiele steungever bent, dan is harmonie waarschijnlijk belangrijk voor je. Een daadkrachtige doener gaat confrontatie niet uit de weg en dat kan jou behoorlijk op je zenuwen werken. Door de verschillen te herkennen, tackel je al snel de volgende vier uitdagingen.

  1. Communicatie

    Elk gedragstype heeft zijn eigen voorkeursstijl in communicatie. Door te weten wat deze stijl inhoudt, lukt het je om doelgericht je boodschap over te brengen op je collega. Daarnaast begrijp je beter waarom iemand jou op een bepaalde manier aanspreekt. Zo houdt een daadkrachtige doener van directe en duidelijke communicatie. Een inspirerende beïnvloeder gaat voor ruimte en mogelijkheden. Bij een stabiele steungever werkt het vooral om voorspelbaar en vriendelijk te communiceren. Voor een calculerende perfectionist zijn feiten en voorbereidingstijd van belang.
  2. Erkennen van talent

    Als je het lastig vindt om met iemand samen te werken, dan lukt het je vaak niet om iemands sterke punten te zien. Terwijl iedereen ergens goed in is. Door iemands talent te zien, is het makkelijker om met de ontwikkelpunten van diegene om te gaan. Zo is een dominant type vaak een daadkrachtige doener. De inspirerende beïnvloeder een echte optimist. Een stabiele steungever een sociale teamspeler en calculerende perfectionist analytisch en gestructureerd. Allemaal eigenschappen die heel goed van pas komen in een team. Als je die talenten dus maar erkent.
  3. De juiste taakverdeling

    Het zal zeker niet de eerste keer zijn dat iemand onhebbelijk gedrag vertoont, omdat hij moeite heeft met zijn taken. Als ieder gedragstype zich vooral kan bezighouden met daar waar hij in uitblinkt, haal je het beste uit elkaar. Plan tijd in met je team om samen te achterhalen waar ieders kracht ligt en de taken zo nodig opnieuw te verdelen. Ook is het dan makkelijker om de juiste persoon te benaderen met je vraag.
  4. Conflicten oplossen

    Hoewel het goed werkt, is ook dit natuurlijk geen magische formule voor eeuwige vrede. Het heeft tijd nodig om een nieuwe samenwerking te vinden. Bovendien horen conflicten bij het leven – en dus ook bij het werk. Sterker nog, zo nu en dan wat wrijving heeft zelfs nut. Zo helpt het om te vernieuwen, conventies te doorbreken en creatiever te denken. Door elkaar beter te begrijpen is het eenvoudiger om conflicten op te lossen. Een passende vorm van communicatie helpt je dan al een heel eind op weg.

Ga jij ook aan de slag met deze 4 tips? Veel succes!


Like it? Share it!