Zolang je spullen maar goed zijn

dinsdag 3 mei 2016

Ik denk nog wel eens terug aan Johnny. Johnny had het nèt niet. Iets te weinig talent, net te weinig gevoel voor ritme een haperend begrip van melodie. Johnny had eigenlijk geen idee wat hij aan het doen was. Vaak stond hij in een hoekje van de ruimte zijn eigen ding te doen en deed hij totaal iets anders dan de rest van de band. Jammer, Johnny had het niet. Toch was er iets wat hij wel had, iets speciaals.

Ben je benieuwd wat hij wel had? Een Amerikaanse Custom Shop Fender Stratocaster Relic! Een azuur blauwe ook nog. In het geval je niet weet wat dat is, dat is een gitaar, een hele dure gitaar. Met die gitaar waande Johnny zich Jimi Hendrix en speelde hij in zijn hoofd de mooiste solo’s. Waande, want het geniale spel verzon hij er zelf gewoon bij. Johnny had een gave gitaar. Ik had een deels verroeste 2e hands AKG microfoon met opgedroogd spuug van een sigaren-rokende muzikant uit de buurt. Ik voelde mij geen Jimi, zelfs geen Dries of Wolter. Denk je dat ik jaloers op Johnny was?


‘Zonder spullen begin je niets’

Ik zal de eerste zijn die toegeeft dat als je wilt presteren, je goede spullen nodig hebt. Als je fietst, moet je een goede fiets hebben, als schilder heb je de juiste kwasten nodig. Zonder goed basismateriaal ben je nergens. Als trainer hekel ik te kleine en slecht geventileerde trainingsruimtes waar je tegen de klok van 11 al niet meer normaal kunt ademhalen. Ik verdoem de gebrekkige beeld- en geluidsinstallaties die je vaak tegenkomt. Haperend beeld, krakende geluidsboxen, te korte of kapotte aansluitkabels, je komt het allemaal tegen. Natuurlijk, dit soort voorzieningen moeten gewoon geregeld zijn. Hoe heerlijk is het wanneer je met goede spullen werkt. Onlangs was ik voor een workshop op de TU in Eindhoven. Groot auditorium, groot scherm, flinke boxen, prima draadloze microfoons en goed licht. Alles voor elkaar. Mede dankzij iemand ter plekke die wist wat hij deed. Daar kunnen veel bedrijven nog iets van leren. Het faciliteren van presentatiemiddelen valt wat mij betreft niet in dezelfde categorie als de groenvoorziening en de koffieautomaat. Tot zover deze subtiele hint naar de facilitaire afdelingen van deze wereld. Terug naar waar het echt om gaat. 

De truc is natuurlijk dat je ook ‘je kunstje’ kunt doen zonder al deze middelen. Het zou niet uit moeten maken dat je iets ‘heel duurs’ en exclusiefs gebruikt in plaats van iets betaalbaars en ‘niet speciaal’. Het herkennen van dit onderscheid, daarin ligt denk ik het verschil tussen ‘de groten’ en diegenen die graag bij ‘de groten’ willen horen. 

‘Maar dit is wel een echte’

Mensen die graag tot ‘de groten’ willen behoren zijn er genoeg. Deze Johnny’s hebben de ‘perfecte’ spullen nodig om de schijn van performance te kunnen ophouden. Ze willen net zo goed worden als hun grote voorbeelden. Je treft ze werkelijk overal, ook in uw bedrijf en in uw team. Wat je vaak ziet is dat de Johnny’s koste wat kost dezelfde materialen willen hebben die de pro’s ook gebruiken. Je bezoekt een tennisbaan en treft er Johnny’s met dezelfde schoenen als Djokovic en een exacte kopie van het exclusieve tennisracket van Federer. En zie ze dan eens staan. Het ziet er professioneel uit, totdat de eerste bal over het net gaat. Wat te denken van de kantoren waar de duurste pakken worden gedragen, de meest exclusieve horloges (‘maar dit is wel een echte Patek Philippe’), de meest zeldzame fragrances. Ik zeg niet dat dit niet mag, ik stel alleen de vraag ‘wat is hier het verlengstuk. Zijn dat je spullen of ben jij het verlengstuk van je spullen?‘ Je kunt namelijk je eigen kwaliteiten niet kopen, je kunt je eigen eigenschappen niet kopen. Maar waarom denken we dan dat het echt helpt wanneer we een exclusief Roger Federer racket kopen in plaats van eentje uit het rek bij de lokale sportwinkel?

‘Succes is kopieerbaar’

Het onderliggende principe is dat wanneer pro’s in het oog springende materialen gebruiken, het succes ogenschijnlijk kopieerbaar is. Schaf dezelfde spullen aan et voilà, het succes kan je niet meer ontgaan. Goede spullen geven je een mate van zekerheid en vertrouwen. Pro’s die onopvallende materialen gebruiken kunnen trouwens op minder bijval rekenen. Neem een Albert Einstein. Ik ben nog nooit iemand tegengekomen die in de winkel op zoek is gegaan naar hetzelfde bordkrijt dat de grote meester gebruikte. Als je een goede schilder wil worden, neem je dan een eekhoorn als huisdier omdat Bob Ross die ook had? Als je een succesvol zakenman wil worden, ga je dan naar de kapper voor een ‘coupe de Trump’? Kennelijk zijn we als mensen ook nog selectief in wat we willen kopiëren en wat niet. 

‘Bouw je eigen geluid’

Het mooie van ‘de groten’ zoals sterren en rolmodellen is dat ze onbereikbaar zijn. Laat ze dus maar liever met rust. Bouw je eigen coupe, je eigen gitaar, je eigen stijl. Gitarist Brian May van Queen speelde niet over een dure gitaar. Sterker nog: geld voor een gitaar had hij überhaupt niet. Hij deed iets anders, hij bouwde samen met zijn vader zelf een gitaar. Eentje met een uniek eigen geluid, niet kopieerbaar, totaal uniek. Maar ja, je moet daar dan wel weer de vaardigheden voor hebben. May investeerde veel tijd en energie in de bouw van zijn gitaar. Vallen en opstaan, leren en proberen. Het was de moeilijke route. Dat is misschien wel de reden dat er zoveel Johnny’s zijn, die nemen de makkelijke route.

Gelukkig moet ik altijd weer denken aan Steve Buscemi die in de rol van Nucky Thompson in de serie Boardwalk Empire al zei: ‘Nice car, now go buy yourself a personality’.

Patrick Kostwinder