Marco Borsato ziet het verkeerd

vrijdag 20 november 2015

'Wat wil je later worden?'

Je herinnert je dit vast nog wel. Op de basisschool, alle kinderen in een kring, de vragenronde over de toekomst. Bij ons was het juf Mieke. Juf Mieke stelde ons de magische vraag ‘wat wil je later worden?’. De usual suspects kwamen voorbij. Stewardessen, piloten, profvoetballers, brandweerlieden, juffen, artsen... Ik herinner mij nog goed dat de juf bij letterlijk ieder beroep iets zei in de trant van ‘goed zo, leuk!’. Een positieve aanmoediging welke het hart van de dromer vergulde in goud. Een welgemeende aanmoediging, niet gehinderd door de uitdagingen van het ‘echte leven’. Niet gehinderd door de vele teleurstellingen die de komende jaren nog zouden volgen. Het klaslokaal, op dat moment, dromen over de toekomst, het was het land van de ongekende mogelijkheden. ‘Je kunt worden wat je maar wilt, als je maar wilt!’, zei juf Mieke. 

‘Opeens kan het niet meer’

Een aantal jaren later hoorde ik echter heel iets anders. ‘Dat is te hoog gegrepen’, ‘dat is van een ander niveau’, ‘dat is toch geen echt beroep’, ‘dat is toch niet realistisch’, of andere uitspraken die een kleine jongen met de neus op de klaarblijkelijke feiten drukte. Opeens leek de uitspraak van juf Mieke ‘Je kunt worden wat je maar wilt, als je maar wilt!’ heel lang geleden en heel ver weg.

Het valt mij op we, de grote mensen, bij kinderen dromen stimuleren en aanwakkeren. We prikkelen hun fantasie, laten hen geloven in ongelooflijke verhalen, en stellen hun gedachten open voor waar we zelf ooit ook in geloofden. Als je kind bent, kan alles. Worden we eenmaal volwassen, kan er opeens veel minder. We hebben voorgebakken referentiekaders, we doen aannames, we zijn niet meer verwonderd over wat we om ons heen zien. We hebben oogkleppen vastgelijmd aan onze belevingswereld. Kinderen hebben dromen, wij zijn ‘dronen’.

‘Dromen zijn bedrog?’

Ik ben het niet eens met Marco Borsato die zong dat de meeste dromen bedrog zijn, hoe groot die hit uit 1994 ook was. Ik ben het niet eens met mensen die de woorden ‘dat kan niet’ als motto hanteren. Zeg ‘dat kan niet’ maar eens tegen Elon Musk, tegen Cody McCasland, tegen Tony Robbins, tegen Wim Hof. Als we de mensheid zouden samenvatten met ‘dat kan niet’, liepen we nog steeds in berenvellen rond, of nog minder. Misschien is dit wel wat men bedoelde met de uitspraak dat je ‘altijd het kind in jezelf moet kunnen terugvinden’. Kinderen kunnen dromen en als je het kind in jezelf kunt vinden, dan kun je blijven dromen.

‘Ik droom van advocaat’

Een aantal jaren geleden sprak ik met Marlies. Marlies was midden 30 en had een heel aantal jaren gewerkt in de financiële dienstverlening. Het moederschap zorgde ervoor dat ze een aantal jaren thuis was gebleven, en nu was de tijd rijp om weer te gaan werken. Tijdens het gesprek dat ik met haar voerde vertelde ze over haar leven en haar werk. Ik stelde op een gegeven moment de vraag: ‘wat is jouw droom? Wat wil je zijn?’. Marlies dacht er even over na en antwoordde met zachte stem ‘waar ik van droom is.... advocaat’. Om vervolgens het hoofd te laten hangen, te zuchten en te besluiten met ‘maar ja,..’. Ik vroeg haar ‘waarom niet nu alsnog?’. Er kwamen allerlei redenen, beperkingen en obstakels. De laatste vraag die ik stelde was ‘waarom wel nu?’. Marlies keek mij aan, ze bleef stil.

Bijna een jaar later kwam er op Linkedin een update voorbij. Iemand was begonnen aan de studie Rechten. Het was Marlies. Ze heeft mijn glimlach niet gezien, ik de hare wel in die trotse update.

‘Leren van dromen‘

Nog geen drie jaar geleden had Brunel weinig kennis van, en ervaring met, online leren. We droomden over de toekomst, over een allesomvattende leerfilosofie waarbij het leren plaats zou vinden op allerlei momenten en op allerlei plekken, ondersteund door een flexibele en innovatieve leeromgeving. Hebben we van deze droom geleerd? Ja. Er waren meer dan genoeg redenen om een ‘dat kan niet’ uit de kast te trekken. We hebben er niet naar geluisterd. Is deze droom inmiddels uitgekomen? Ik weet het niet zeker, misschien weten we dat pas als we er echt helemaal zijn. Of we dichtbij zijn? Ik denk van wel. Onlangs stuitte ik op een verhaaltje over John Lennon, zijn leraar stelde hem een vraag. John diende hem van meesterlijk repliek.

‘When I went to school, they asked me what I wanted to be when I grew up. I wrote down ‘happy’. They told me I didn’t understand the assignment, and I told them they didn’t understand life.” (John Lennon)