Congres Succesvolle Ketenintegratie in de Bouw

Bomencentrum Baarn
Bomencentrum Baarn

Ketenintegratie in de bouw is in een versnelling gekomen. Juist nu de bouw extra onder druk staat is effectieve samenwerking tussen ketenpartners van groot belang. Voor bouw- en installatiebedrijven biedt ketenintegratie grote kansen in het reduceren van faalkosten en het creëren van zekerheid in omzet. Echter, duurzame relaties bouwen, opdrachtgevers én medewerkers overtuigen van het belang van ketenintegratie, waar moet u beginnen?

 

In samenwerking met Reed Business Events organiseerde Brunel op woensdag 27 april te Baarn het congres Succesvolle ketenintegratie in de bouw. Hieronder kunt u het verslag van deze dag nalezen. Wilt u meer informatie over het congres, de organisatie of het onderwerp neem dan contact op met Brunel via info@brunel.net

 

Sfeerimpressie congres >>

 

Download de Whitepaper: 7 kritische succesfactoren van ketenintegratie >>

 

Congresverslag ‘Succesvolle ketenintegratie in de bouw’, woensdag 27 april 2011

Ketenintegratie in de bouw: ‘It takes two to tango’

 

Ketenintegratie staat centraal tijdens het congres ‘Succesvolle ketenintegratie in de bouw’. Samen met Reed Business Events heeft Brunel een sprankelende middag georganiseerd rond dit onderwerp in een gemoedelijke sfeer, maar zeker niet zonder de nodige prikkelende meningen.

 Afbeelding

 

Zo’n tachtig vertegenwoordigers van in de bouwsector actieve instellingen en bedrijven zijn op woensdag 27 april aanwezig in het Bomencentrum te Baarn. In de bijzonder sfeervolle ambiance van het Groene Paviljoen wonen zij het middagcongres bij dat op initiatief van Brunel en Reed Business Events is georganiseerd. Het evenement, onder leiding van dagvoorzitter Tom van ’t Hek, heeft als draaipunt de centrale vraag: ‘Hoe zet u ketenintegratie effectief in voor zekerheid in omzet?’

 

Wanneer is ketenintegratie succesvol? Veel deelnemers blijken hierover hun eigen meningen te hebben. Iets dat ook te merken is aan de vaak levendige discussies die naar aanleiding van de diverse presentaties loskomen. Meningen genoeg maar, zo zegt ook Peter van Veen  in zijn keynote: “Processen zijn in de bouw nog steeds zeer traditioneel georganiseerd.” De Clustermanager Bouwkwaliteit bij het ministerie van BZK ziet dat iedereen het weliswaar over ketenintegratie heeft, maar: “Wanneer nemen partijen nu eens ketenverantwoordelijkheid?” Steeds weer kiezen partijen volgens Van Veen voor de voordeligste oplossing, wat een succesvolle samenwerking in de keten in de weg staat. Het probleem is overigens niet van vandaag of gisteren. Van Veen verwijst naar de oudheid, naar de Codex Hammurabi uit het oude Mesopotamië. “Deze was heel simpel. Maak je een bouwfout die iemand het leven kost, dan kost deze ook jouw leven. Heel primitief, maar wel lekker simpel.”

 

Veel enthousiasme, weinig bereidheid

De tijden van de Codex Hammurabi zijn al heel lang (gelukkig maar) voorbij, maar de vraag over ketenverantwoordelijkheid blijft staan. Alfred van den Bosch, directeur vastgoed & ontwikkeling bij woningbouwcorporatie De Alliantie, ziet veel enthousiasme over ketenintegratie, maar minder bereidheid om te investeren. “Wij leren risico’s weg te leggen, door de slechte markt, risicoreductie en wantrouwen. Maar ‘it takes two to tango’.” Het is een complexe opgave, met daarin ook een aantal vraagstukken als verduurzaming, verschuiving van nieuwbouw naar renovatie van de bestaande bouwomgeving en een afnemend arbeidspotentieel. Standaardisatie zou voor kwaliteitsverbetering moeten zorgen, maar daar is ook een cultuuromslag voor nodig. “99 Procent van wat we doen is hetzelfde per type woning. De opgaves liggen bij uniformiteit en ketenlengte. Kijk je naar de faalkosten daar, dan ga je vanzelf structureler aan de slag.”

 Afbeelding

Na de overheid (BZK) en een woningcorporatie (De Alliantie) komt een hoogleraar aan het woord. Prof. Dr. Ir. Hennes de Ridder steekt bijzonder vermakelijk betoog af wanneer hij de keten doorgaat, en daar zijn vergrootglas legt op gevolgen in kwaliteit, marketing en uiteindelijk de hele sector. Zo noemt hij het “waanzinnig” om alles in tientallen jaren durende DBFM-projecten vast te leggen. De Ridder: “Zo krijg je een geïntegreerd contract met een totaal gefragmenteerde keten.” Ook is hij wars van het maken van specifiek maatwerk voor de klant (“de reden van veel onkosten”). Hij neemt een Ikea-kast als voorbeeld. “Zet eens vijf van deze kasten achter elkaar in elkaar. Hoeveel sneller dan de laatste kast gaat dan de eerste kast? Deze vraag stel ik ook altijd aan mijn studenten. Het juiste antwoord is sneller met de factor vier. Maar in de bouw maken we elke keer de eerste kast. Dat is suboptimaal.”

 

Beren op de weg

In het gebalanceerde programma van het congres komt na de hoogleraar ook een advocaat aan het woord. Walter Engelhart, vennoot van Van Benthem & Van Keulen advocaten neemt het juridische perspectief voor zijn rekening en heeft daarin aandacht voor marktkennis bij aanbesteden. “Het probleem bij aanbesteden is dat de opdrachtgever niet met de marktpartijen in contact kan gaan. Maar dat is juist onzin. De opdrachtgever is juist gek als ze de kennis van de markt niet gebruikt.” Andersom geldt hetzelfde: “Je ziet vaak dat marktpartijen geen vragen durven stellen in de inlichtingsronde. Ik denk juist: ‘vraag ze helemaal gek!’ Vraag wat je wilt. Partijen moeten meer durven.” Ook in combinatievorming van partijen om opdrachten te verkrijgen ziet hij geen probleem. “Natuurlijk, er zullen beren op de weg komen, maar dit hoeft niet in de weg te staan dat je samen juridisch de verantwoordelijkheid voor een opdracht aanneemt.”

 

Elkaar vertrouwen geven

Na de verschillende invalshoeken passeren enkele praktijkvoorbeelden van trends en best practices de revue. Zo spreekt ing. Rudolph van den Berg over de omslag die ERA Contour maakte. De directeur van de projectontwikkelaar vertelt hoe zijn bedrijf een nieuwe huisvesting inrichtte, een fysieke omgeving die geschikter was voor Het Nieuwe Werken. “Een nieuw kantoor, maar ook een nieuwe virtuele omgeving die meer gericht is op samenwerking, ook met partners.” Hoe de fysieke omgeving duurzaamheid aan efficiëntie kan koppelen, weet vervolgens drs. Martin Kleintunte, directeur van het Informatiecentrum Duurzame Energie Technieken. Hij wijst erop hoe de overheid kleine prikkels geeft als een duurzame warmteregeling, die erop gericht is om in 2020 aan Europese doelstellingen te voldoen. “Naarmate dat jaar nadert, zal de overheid steeds meer de koppeling maken van lasten aan energieverbruik”, waarschuwt hij.

 

Ronald Daane, informatiemanager van Royal Haskoning heeft tot slot een mooi praktijkvoorbeeld van ketendigitalisatie. Door het toepassen van BIM (Building Integration Modeling) kunnen verschillende softwaresystemen met elkaar communiceren, een ontwikkeling vergelijkbaar met het GSM-protocol in mobiel telefoonverkeer. Als best practice noemt hij de bouw van het nieuwe Erasmus UMC, waarin Royal Haskoning BIM zoveel mogelijk integreert.

 

Conclusie

In de aansluitende paneldiscussie, waarin Daane, Van den Berg en Kleintunte met oud-dameshockeybondscoach en radiopresentator Van ’t Hek in gesprek gaan, blijkt nogmaals dat de mogelijkheden voor meer ketenintegratie wel degelijk voor handen zijn. Van ’t Hek concludeert dat een cultuuromslag, meer samenwerking en onderling vertrouwen aandacht verdienen, wil een ketenintegratie echt tot stand komen.  “Ik moet bij wat ik vandaag hoorde sterk denken aan wat mijn moeder vroeger altijd tegen mij vertelde in het gezin waar ik ben opgegroeid. Ze zei: ‘Jongen, als je niet kunt delen, kun je ook niet vermenigvuldigen’.”

 

Enkele deelnemers over ketenintegratie

 

Ir. Jaap Janssens

“Naar mijn idee is ketenintegratie succesvol als alle betrokken partijen (...) na de oplevering nog steeds het idee hebben dat ze genoeg inbreng hebben gehad in het eindresultaat en hier dus ook tevreden op terugkijken. Zowel financieel als technisch inhoudelijk.”

Theo Opdam

“Ketenintegratie is voor mij succesvol als wij er gezamenlijk in slagen een basis te leggen voor constante product- en procesinnovatie, waarmee wij de kosten reduceren, het werkplezier vergroten en de tevredenheid van de gebruikers maximaliseren.”

 

Paul Köllner

“Ketenintegratie is succesvol wanneer het een gezamenlijke stroom van innovatie brengt voor de klant en aanbieders, of een vermindering van kosten c.q. tijd.”

 

Gerard Streng
“Wanneer de faalkosten nihil zijn.”

Brunel: arbeid als succesfactor
Brunel International NV is een internationale zakelijke dienstverlener gespecialiseerd in de flexibele inzet van specialisten op de vakgebieden; Engineering, IT, Legal en Finance. Brunel is als externe partner betrokken bij grote projectorganisaties. Bij dit soort projecten is het tegenwoordig gebruikelijk om een flexibele groep tijdelijk personeel aan te stellen rondom een vaste kern sleutelfiguren. Brunel voorziet desgewenst in beide categorieën.
In de praktijk komt de factor arbeid vaak pas op het laatste moment ter sprake. Hoe ga je om met de arbeidscapaciteit in ketenprojecten? Hoe werf je geschikt personeel? En kies je voor vaste of flexibele krachten? De juiste mensen op de juiste plek voor exact de tijdsduur die nodig is dus. De mate waarop projecten inspelen op pieken in personeelsbehoeften bepaalt namelijk mede het succes van ketenintegratie.